SALAMA LEGAL SLP — Belastingadvies Spanje
SALAMA LEGAL SLPInternationaal Belastingrecht · Spanje
Holdingstructuur · NL BV · Spanje SL

Nederlandse holding met Spaanse dochter: belasting en structuur

📅 Mei 2026 ✍️ Jacob Salama 🕐 10 min lezen

Een Nederlandse BV als holdingvennootschap boven een Spaanse Sociedad Limitada (SL) is een van de meest gebruikte internationale structuren voor ondernemers en investeerders met belangen in zowel Nederland als Spanje. De structuur biedt potentiële voordelen via de Nederlandse deelnemingsvrijstelling, de Europese Moeder-Dochterrichtlijn en een gunstig verdragsnetwerk — maar vereist echte economische substance in Nederland en kan worden aangevochten op grond van BEPS-regelgeving en Spaanse CFC-wetgeving.

De Nederlandse deelnemingsvrijstelling (DVS)

Het hoekstuk van de Nederlandse holdingstructuur is de deelnemingsvrijstelling (DVS). Onder de DVS zijn dividenden en vermogenswinsten die een Nederlandse BV ontvangt van een dochtermaatschappij volledig vrijgesteld van Nederlandse vennootschapsbelasting (Vpb), mits aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan:

  1. Minimaal 5% aandelenbelang: De BV moet ten minste 5% van de nominale aandelenkapitaal van de dochter bezitten
  2. Geen beleggingsdeelneming: De dochter mag niet primair zijn gericht op het passief beleggen van vermogen (beleggingsdeelneming). Als meer dan 50% van de activa bestaat uit passieve beleggingen, kan de DVS worden geweigerd
  3. Reële belastingheffing: De dochter moet zijn onderworpen aan een belasting die naar Nederlandse maatstaven reëel is. Een Spaanse SL die 25% IS (Impuesto sobre Sociedades — Spaanse vennootschapsbelasting) betaalt, voldoet ruimschoots aan dit vereiste

Spaanse bronbelasting op dividenden aan de BV

Wanneer de Spaanse SL dividend uitkeert aan de Nederlandse BV, is in beginsel Spaanse bronbelasting verschuldigd. Op basis van het belastingverdrag Spanje-Nederland (ondertekend in 1971, nadien gewijzigd via het Multilaterale Instrument) gelden de volgende tarieven:

In de praktijk geldt echter de Europese Moeder-Dochterrichtlijn (2011/96/EU), die een volledige vrijstelling van Spaanse dividendbelasting (Impuesto sobre la Renta de No Residentes, IRNR) verleent als:

In de praktijk betekent dit dat een goed gestructureerde NL BV/Spaanse SL-structuur met een belang van meer dan 10% 0% Spaanse bronbelasting op dividenden kan bereiken.

Post-Brexit: Britse BV-equivalenten (UK Ltd) kunnen geen beroep meer doen op de EU Moeder-Dochterrichtlijn. Voor structuren met een Brits tussenvehikel boven een Spaanse SL geldt nu het UK-Spanje belastingverdrag, met hogere bronbelastingtarieven.

Nederlandse conduit-bronbelasting

Sinds 2021 heft Nederland een aanvullende conduit-bronbelasting op dividenden, rente en royalty's die worden doorgesluisd naar laagbelastende jurisdicties of naar aandeelhouders in niet-coöperatieve jurisdicties op de EU-lijst. Het tarief is gelijk aan het hoogste Nederlandse VPB-tarief (momenteel 25,8%).

Deze maatregel treft structuren waarbij de BV geen echte economische functie vervult, maar slechts als doorstroomvehikel dient. Als de uiteindelijke aandeelhouder van de BV inwoner is van een jurisdictie die niet op de conduit-lijst staat (zoals Nederland zelf of de meeste EU-landen), is de conduit-bronbelasting niet van toepassing.

BEPS en substance-vereisten

Het OESO BEPS-project (Base Erosion and Profit Shifting), met name Actie 6 (voorkoming van verdragsmisbruik) en het Multilaterale Instrument (MLI), heeft de eisen voor het gebruik van verdragsvoordelen aangescherpt. Het Principal Purpose Test (PPT) — onderdeel van het MLI — staat belastingdiensten toe verdragsvoordelen te weigeren als een van de principale doelstellingen van een structuur of transactie het verkrijgen van verdragsvoordelen is.

Om de DVS, de Moeder-Dochterrichtlijn-vrijstelling en verdragsvoordelen veilig te stellen, moet de Nederlandse BV echte economische substance hebben. In de praktijk toetst de Belastingdienst aan de volgende indicatoren:

Als de BV niet aan deze substance-vereisten voldoet, kan zowel de Nederlandse Belastingdienst als de Spaanse AEAT verdragsvoordelen weigeren op grond van misbruik.

Spaanse CFC-regels

Als u als Spaans fiscaal ingezetene een meerderheidsbelang heeft in een Nederlandse BV, kunnen de Spaanse CFC-regels (Controlled Foreign Corporation) van toepassing zijn:

De CFC-regels gelden doorgaans niet als de BV echte economische activiteiten uitoefent. Een zuivere holdingvennootschap die alleen dividenden ontvangt van de Spaanse SL en deze herinvesteert, kan echter wél onder de CFC-regels vallen als de BV geen eigen bedrijfsactiviteiten heeft naast het houden van de deelneming.

DAC6: meldingsplicht bij grensoverschrijdende constructies

Op grond van de EU DAC6-richtlijn (Richtlijn 2018/822) moeten bepaalde grensoverschrijdende belastingconstructies worden gemeld aan de belastingdienst. Een NL BV/Spaanse SL-structuur kan meldingsplichtig zijn als zij voldoet aan een of meer van de "halftekens" (hallmarks), zoals het gebruik van een tussenvehikel zonder specifieke economische functie of het gebruik van vertrouwelijkheidsovereenkomsten over de belastingstructuur.

De meldingsplicht rust in eerste instantie op de intermediair (advocaat, belastingadviseur, notaris) die de structuur heeft ontworpen. Als de intermediair is gehouden aan professioneel beroepsgeheim (zoals een advocaat), rust de meldingsplicht subsidiair op de belastingplichtige zelf.

Vergelijking van holdinglocaties

Jurisdictie Deelnemingsvrijstelling Bronbelasting Spanje Substance-vereisten CFC-risico voor Spaanse ingezetene
Nederland (BV) 100% DVS — dividend en vermogenswinst 0% via EU M-D-richtlijn €100k salaris, NL bestuurders, NL besluitvorming Ja, art. 91 LIRPF als passieve inkomsten
Luxemburg (SOPARFI) 100% vrijstelling (≥10%, ≥12 mnd) 0% via EU M-D-richtlijn Strenge substance-vereisten post-BEPS Ja, vergelijkbaar
Spanje (holding SL) 95% vrijstelling dividenden en CG (art. 21 LIS) N.v.t. — Spaanse entiteit Minimaal N.v.t. — Spaans fiscaal ingezetene
VK (Ltd) — post-Brexit Gedeeltelijk — substance branch exemption 15% verdragstarief (UK-Spain DTT) UK substance vereist Ja, vergelijkbaar

Nederlandse holding boven Spaans bedrijf? Laat uw structuur analyseren

De fiscale optimalisatie van een NL BV/Spaanse SL-structuur vereist gecoördineerd advies van Nederlandse en Spaanse belastingspecialisten. Wij werken samen met een netwerk van gespecialiseerde adviseurs.

Gratis kennismakingsgesprek boeken →

Veelgestelde vragen

De deelnemingsvrijstelling (DVS) is een Nederlandse belastingvrijstelling die inhoudt dat dividenden en vermogenswinsten die een BV ontvangt van een dochtermaatschappij volledig zijn vrijgesteld van Nederlandse vennootschapsbelasting, mits aan drie voorwaarden is voldaan: (1) de BV bezit ten minste 5% van de aandelen van de dochter, (2) de dochter is niet primair een passieve beleggingsmaatschappij, en (3) de dochter is onderworpen aan een naar Nederlandse maatstaven reële belastingheffing. Een Spaanse SL die 25% IS betaalt, voldoet doorgaans aan alle drie de voorwaarden.
Op basis van het belastingverdrag Spanje-Nederland (1971) geldt een bronbelastingtarief van 5% op dividenden als de BV meer dan 25% van de aandelen van de Spaanse SL bezit, en 15% in andere gevallen. Echter, onder de Europese Moeder-Dochterrichtlijn (2011/96/EU) geldt een vrijstelling van Spaanse dividendbelasting als de BV ten minste 10% van de aandelen bezit en de deelneming minimaal één jaar wordt aangehouden. Dit leidt in de praktijk tot 0% Spaanse bronbelasting voor in aanmerking komende EU-holdingstructuren.
Om misbruik van de deelnemingsvrijstelling en verdragsvoordelen te voorkomen, moet een Nederlandse BV echte economische substance hebben in Nederland. De Belastingdienst en Spaanse AEAT kijken naar: ten minste 50% van de bestuurders woont of verblijft in Nederland, de BV heeft een eigen bankrekening in Nederland, de bestuursbesluiten worden in Nederland genomen, de BV heeft eigen kantoorruimte in Nederland, en de salariskosten zijn ten minste €100.000 per jaar.
Sinds 2021 heft Nederland een aanvullende bronbelasting op dividenden, rente en royalty's die worden doorgesluisd naar laagbelastende jurisdicties of naar aandeelhouders in landen op de EU-lijst van niet-coöperatieve jurisdicties. Het tarief is gelijk aan het hoogste Nederlandse VPB-tarief (momenteel 25,8%). Deze maatregel is bedoeld om conduit-structuren via Nederland te ontmoedigen.
Als u als Spaans fiscaal ingezetene meer dan 50% bezit in een Nederlandse BV, kunnen de Spaanse CFC-regels (artikel 100 LIS voor vennootschappen en artikel 91 LIRPF voor particulieren) van toepassing zijn. Deze regels schrijven voor dat bepaalde passieve inkomsten van de BV direct worden meegenomen in uw Spaanse belastinggrondslag, zelfs als de BV ze niet uitkeert. De regels gelden doorgaans niet als de BV echte economische activiteiten uitoefent.

Juridische disclaimer

Dit artikel is uitsluitend bedoeld voor algemene informatiedoeleinden en vormt geen juridisch of fiscaal advies. De fiscale wetgeving verandert regelmatig en de specifieke omstandigheden van uw situatie kunnen tot andere uitkomsten leiden. Raadpleeg altijd een gekwalificeerde belastingadviseur of advocaat voor advies dat is toegespitst op uw situatie. SALAMA LEGAL SLP aanvaardt geen aansprakelijkheid voor beslissingen die worden genomen op basis van de informatie in dit artikel.

Stel een vraag