Nederlanders die in Spanje wonen, staan bij overlijden voor complexe grensoverschrijdende erfrechtvragen. De EU-successieverordening, de Spaanse erfbelasting voor erfgenamen, en de behandeling van Nederlandse bezittingen vereisen vooraf geordende planning.
Sinds 17 augustus 2015 is de Europese Successieverordening (Verordening EU 650/2012) van toepassing in alle EU-lidstaten behalve het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken. De verordening regelt welk nationaal erfrecht van toepassing is op een grensoverschrijdende nalatenschap — en biedt erflaters de mogelijkheid om via een rechtskeuze in hun testament het recht van hun nationaliteitsstaat te kiezen.
De hoofdregel van de EU-successieverordening is: het recht van de gewone verblijfplaats van de overledene op het moment van overlijden is van toepassing op de gehele nalatenschap. Voor een Nederlander die in Spanje woont, betekent dit dat bij overlijden zonder rechtskeuze het Spaanse erfrecht van toepassing is op de gehele nalatenschap — inclusief de Nederlandse bezittingen.
Dit heeft verstrekkende gevolgen: het Spaanse erfrecht kent dwingend recht (legítimas) dat kinderen en soms echtgeno(o)t(e) aanspraken geeft op een verplicht erfdeel. Een testamentaire regeling die in Nederland geldig zou zijn (bijv. een langstlevende-clausule) kan in conflict komen met de Spaanse legítimas.
De Spaanse erfbelasting is een van de meer complexe aspecten voor erfgenamen van een Spaans resident. Tarieven variëren per autonome gemeenschap en kunnen aanzienlijk verschillen.
De Spaanse erfbelasting (Impuesto sobre Sucesiones y Donaciones, ISD) wordt geregeld door de nationale wetgeving (Ley 29/1987) maar de uitvoering is grotendeels gedelegeerd aan de autonome gemeenschappen. Dit leidt tot grote regionale verschillen:
De nationale basisstructuur van de ISD kent progressieve tarieven van 7,65% tot 34% op de belastbare grondslag. De belastbare grondslag is de marktwaarde van het geerfde vermogen minus wettelijke aftrekposten. Voor directe erfgenamen (kinderen, echtgeno(o)t(e)) gelden hogere vrijstellingen en lagere coëfficiënten. Niet-verwanten betalen aanzienlijk meer.
In Spanje gelegen onroerend goed is altijd onderworpen aan de Spaanse erfbelasting, ongeacht de nationaliteit of woonplaats van de erfgenamen. Dit geldt zelfs voor erfgenamen die in Nederland wonen en daar ook erfbelasting betalen. Een dubbele belastingdruk is hier realistisch — houd hiermee rekening in de successieplanning.
Als Nederlander in Spanje wordt aanbevolen een testament op te laten maken bij een Spaanse notaris (Notario). Dit testament is geregistreerd in het Spaanse notarieel register (Registro Central de Últimas Voluntades) en is direct uitvoerbaar in Spanje. Aanvullend kunt u ook een Nederlands testament bewaren — de twee testamenten moeten inhoudelijk consistent zijn en de rechtskeuze moet in het Spaanse testament zijn opgenomen.
Er bestaat geen specifiek successieverdrag tussen Nederland en Spanje. Dit kan leiden tot dubbele erfbelasting wanneer zowel de Nederlandse als de Spaanse regels van toepassing zijn.
Nederland en Spanje hebben geen bilateraal successiebelastingverdrag gesloten. Dit betekent dat er geen verdragsrechtelijke methode bestaat om dubbele erfbelasting te voorkomen. Elk land past zijn eigen nationale regels toe. Dubbele belasting is realistisch, met name als de erfgenamen in Nederland wonen (Nederlandse erfbelasting) en de nalatenschap Spaans onroerend goed bevat (Spaanse ISD).
Nederland kent een unilaterale regeling om dubbele erfbelasting te verminderen (Besluit voorkoming dubbele belasting 2001). Op grond hiervan kan de in Spanje betaalde ISD worden verrekend met de Nederlandse erfbelasting, voor zover beide betrekking hebben op hetzelfde vermogensbestanddeel. De methode is aftrek, niet vrijstelling — de hogere van de twee belastingen wordt effectief betaald.
Als een Spaans resident overlijdt met buitenlandse (bijv. Nederlandse) activa, wordt de Spaanse ISD in principe berekend over het gehele wereldvermogen. Voor de behandeling van die buitenlandse activa kan een aftrek worden verleend voor in het buitenland betaalde erfbelasting (art. 23 Ley ISD) — maar alleen voor activa in landen met een reciprociteitsregeling of verdrag met Spanje. Nederland valt hier niet automatisch onder.
Voor Nederlandse bezittingen (bankrekeningen, effecten, een BV, aandelen in een NL-fonds) die Nederlanders in Spanje bij overlijden nalaten, geldt dat zowel Spanje als Nederland over dat vermogen erfbelasting kan heffen. Structurering van dit vermogen tijdens het leven — door middel van schenking, trust, of aanpassing van de aandeelhouderstructuur — kan de erfbelastingdruk significant verlagen. Dit vereist echter zorgvuldige juridische en fiscale planning.
De autonome gemeenschappen kunnen afwijken van de nationale tarieven. Andalusië, Madrid en de Baskische gemeenschappen bieden doorgaans gunstiger tarieven voor directe erfgenamen.
| Belastbare grondslag (per erfgenaam) | Marginaal tarief | Cumulatieve belasting |
|---|---|---|
| Tot €7.993 | 7,65% | €612 |
| €7.993 – €31.956 | 8,50% | €2.644 |
| €31.956 – €79.881 | 10,20% | €7.533 |
| €79.881 – €239.389 | 15,30% | €31.934 |
| €239.389 – €398.778 | 21,25% | €65.790 |
| €398.778 – €797.555 | 25,50% | €167.567 |
| Boven €797.555 | 34,00% | Progressief |
Dit zijn de nationale basistarieven. Autonome gemeenschappen kunnen hogere vrijstellingen en lagere tarieven hanteren (met name Madrid, Andalusië, Baskenland). Het effectieve tarief hangt sterk af van de woonplaats van de erfgenamen en de regio waar de overledene woonde.
Jacob Salama adviseert Nederlanders en Belgen in Spanje over de combinatie van het EU-erfrecht, de Spaanse erfbelasting en grensoverschrijdende testamenten. Regel dit nu — niet nadat het te laat is.